Sleutel van Gent
In 1583 verovert Alexander Farnese Sas van Gent en verbetert de vestingwerken. Aan de zuidwestzijde komt een omwalling met bastions en aan de noordwestzijde een kroonwerk. Rond het geheel ligt een gracht met contrescarp. De kern van de nieuwe versterking is de oorspronkelijke schans die de naam ‘Kasteel’ of ‘Hooge Sas’ draagt. Na de verovering van de stad door Prins Frederik Hendrik bouwen de Staatsen de vesting aan de oostzijde van het kanaal uit met een omwalling met daarin drie bastions. Aan de zuidzijde doorsneden door het kanaal komt een hoornwerk. De vesting ligt op de westoever van de Canisvlietkreek. Aan de overkant bouwen de Staatsen nog een hoornwerk dat de naam het Pas krijgt.
In de tweede helft van de 17e eeuw gaat het grondplan grotendeels op de schop. Sas van Gent verandert in een vesting met zeven bastions, vijf ravelijnen en een contrescarp met wapenplaatsen. De drie westelijke bastions en een ravelijn zijn nu voorzien van mijngangen die in verschillende mijnkamers onder de buitenwerken uitkomen. De vesting wordt in 1816 opgeheven. Tegenwoordig resteert alleen nog het bastion Generaliteit met daarop de molen.