Over het UNESCO Geopark Schelde Delta
Een netwerk van aangesloten organisaties vertellen samen het verhaal over 55 miljoen jaar van landschappelijke ontwikkeling, over het leven met en strijd tegen het water, over de ontginningen van woeste gronden, over streekproducten van het land en uit het water, over de natuurwaarden die er zijn ontstaan en over de oorlogen die op landschappelijke overgangen van hoog naar laag, droog naar nat, zand naar klei of veen zijn gestreden. En daarbij wordt het UNESCO keurmerk gebruikt.
Het Schelde Delta UNESCO Global Geopark bestaat uit de hele provincie Zeeland, het westelijk deel van Noord-Brabant en een deel van de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. Een gebied van 5.500 km2 met 1,5 miljoen inwoners en waar ook veel toeristen en recreanten hun weg naar vinden. Het is een gebied waar je het verleden goed kunt beleven maar waar je lessen uit het (verre) verleden heel goed kunt gebruiken richting een toekomst met al haar uitdagingen zoals klimaatverandering.
Meer lezen
Linies op een logische plek
Leg je een hoogtekaart, geologische kaart of een waterkaart onder een kaart van de Staats-Spaanse Linies dan zie je direct dat ze alles met elkaar te maken hebben. Eigenlijk ook best wel logisch want bij het aanleggen van deze linies gebruikten de legers de strategische hoogteverschillen in het landschap. Ook lagere plekken die onder water konden worden gezet en verschil in droge stevige zandgrond en vochtige slechter begaanbare kleigrond waren belangrijk.
Landschap en ondergrondeigenschappen waren en zijn nog steeds van groot strategisch belang. Het Schelde Delta gebied is juist vanwege de vele natuurlijke landschappelijke verschillen al sinds de romeinse tijd een gebied waar strijd werd geleverd en waar daardoor grenzen ontstonden. De huidige grens tussen Nederland en België is ook zo ontstaan in dit gebied.
Ontdek de Schelde Delta en ontdek het bestreden landschap met ringwalburgen uit de Vikingtijd tot en met bunkercomplexen in de duingebieden langs de Noordzeekust.
Meer lezen
Zwinkreeksrestanten en Passageule
Deze geosite is een polderlandschap met de resten van afgedamde voormalige kreeklopen en getijdengeulen, die ooit ontsprongen vanuit het zeegat van het Zwin. Daarnaast is er in deze geosite een voormalig getijdensysteem, de Passageule. De Passageule was ooit een belangrijke verbinding tussen de zeearmen het Zwin en de Braakman, maar is tegenwoordig afgedamd en voor een deel gekanaliseerd. De vroegere lopen zijn nog te zien in het landschap van West-Zeeuws-Vlaanderen.
In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) lag de Zwinstreek in de frontlinie tussen de Noordelijke (Staatse) Nederlanden en de Zuidelijke (Spaanse) Nederlanden. De Zwindijken ten zuidwesten en ten oosten van Sluis werden in 1583 doorgestoken. De zee drong de polders binnen en schuurde nieuwe geulsystemen uit. Hun veelal rechtlijnige loop wijst erop dat het binnenstromende water grotendeels de bestaande gegraven watergangen volgde. In 1611 werd een deel van het overstroomde gebied weer drooggelegd. Na het Twaalfjarig Bestand werden de dijken opnieuw doorgestoken. Een groot gebied werd moerassig en onbewoonbaar. Er kwamen versterkingen van Spaanse en Staatse troepen en belangrijke fortificaties. Rond 1700 was bijna al het overstroomde gebied herwonnen en bleef alleen de Zwinmonding met aansluitende getijdengeulen nog open. Grote delen van de voormalige hoofdloop van het Zwin werden in de negentiende eeuw ingepolderd en de bevaarbaarheid in het gebied vergrootte door de aanleg van nieuwe kanalen. Daardoor kwam er definitief een einde aan de grote getijdengeul van het Zwin. Alleen de kreekrestanten bleven zichtbaar in het landschap als afgedamde, met water gevulde beddingen.
Meer lezen
Zwinpolders rond Damme
De polders rond Damme liggen op de rand van de oostelijke Belgische kustvlakte en grenzen in het zuiden aan zandig Vlaanderen. Damme, Oostkerke, Hoeke en Lapscheure zijn de belangrijkste bewoningskernen in het vlakke polderlandschap, doorsneden door het Leopoldkanaal en de Damse Vaart. Hoogteverschillen zijn er bijna niet en zijn vooral veroorzaakt door bewoningskernen, militaire aarden wallen, dijken, open of verzande kreken en getijdengeulen.
Het Zwin
In 1134 n.Chr. schuurde een sterke stormvloed een oude zeearm van de Sincfal opnieuw uit. Ook dankzij het Zwin groeide Brugge uit tot een internationale havenstad. De natuurlijke opslibbing van de schor langs het Zwin en de latere inpoldering zorgden voor versnelde natuurlijke verzanding waardoor schepen meer moeite kregen om Brugge te bereiken. De mindere bevaarbaarheid van de Zwingeul versterkte de ontwikkeling van voorhavens. In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd Damme voorzien van bastions en in de Spaanse Successieoorlog werd het fort van Beieren versterkt. Altijd vormde de Zwinmonding een deel van de frontlinie. Ook onderwaterzetting was een oorlogstactiek. In de zeventiende en achttiende eeuw n.Chr. werd het overstroomde gebied opnieuw ingepolderd in grote, rechthoekige percelen met rechtlijnige dijken, geschikt voor intensievere landbouw. De Damse Vaart werd gedeeltelijk aangelegd op de oude bedding van het Zwin met dwars daarop het Leopoldkanaal. De huidige perceelvormen, van grillig tot rechtlijnig, reflecteren de inpolderinghistoriek van weleer.