In 1604 steekt een Spaans leger onder leiding van Ambrogio Spinola ten oosten van Oostburg de Brugse Vaart over richting het Land van Cadzand. Bij de havenmonding worden de Spanjaarden teruggedreven door Staatse troepen, waaronder een Fries vendel. Na de inname van Sluis door de Staatsen overweegt men de schans af te breken. Echter, vanwege haar ligging aan de vaarroute over het Zwarte Gat acht Prins Maurits de locatie van strategisch belang. In 1605 geeft de Staten Generaal opdracht tot de bouw van een schans op de plaats van het Spaanse fort aan de monding van de oude haven: de Hans Vrieseschans.
De schans bestaat uit een vierkante omwalling met op elke hoek een bastion. Aan de kant van Oostburg komt een ravelijn, later omgevormd tot hoornwerk. De schans is onderdeel van de (Staatse) Linie van Oostburg. Door de aanleg van de Passageulelinie ten zuiden van Oostburg en als gevolg van verschillende inpolderingen, verliest de Linie van Oostburg haar militaire waarde. De Linie wordt in 1673 officieel opgeheven en de Hans Vrieseschans raakt in verval.
In 2011 wordt het noordwestelijk bastion gedeeltelijk gereconstrueerd in het kader van het Uitvoeringsprogramma Nationaal Landschap Zuidwest-Zeeland.