Over het Museum

De geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen speelt zich af op het snijvlak van land en water. De grens tussen beide was vaak moeilijk te trekken en wisselde voortdurend.

 

Museum Het Bolwerk toont hoe de bewoners van de streek zich in de loop der eeuwen verdedigden tegen vijandige aanvallen. De geschiedenis begint in de eerste eeuwen van onze jaartelling toen de Romeinen rond Aardenburg een castellum bouwden om zich tegen zeerovers te beschermen. Halverwege de negende eeuw kwamen de Vikingen op rooftocht. Ter verdediging legde de bevolking  toen zogenaamde ringburgwallen aan. Oostburg is hier een goed voorbeeld van. Rond 1100 verrezen de eerste mottekastelen, vestingwerken in aarde en hout. In de Middeleeuwen werden ter verdediging stenen burchten of kastelen gebouwd in onder andere Cadzand, Coxijde, Groede, Heille, Oostburg, Sluis en Zuidzande.

 

De Tachtigjarige Oorlog met zijn vestingsteden, schansen, forten, redoutes en linies heeft in de geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen een grote rol gespeeld. Voor het eerst werd het water als wapen in de strijd tegen de Spanjaarden gebruikt. Tot op de dag van vandaag bepalen sporen van deze tijd het landschap van Zeeuws-Vlaanderen. De tocht langs de verdedigingswerken in de streek eindigt bij de bunkers van de Tweede Wereldoorlog.